maandag 20 oktober, 2014
AOW 2014

 

AOW uitkering

De AOW staat voor Algemene Ouderdomswet, die in 1956 voor het eerst werd ingevoerd.

Dit is een wet die het verplichte ouderdomspensioen, een uitkering waar iedereen in Nederland recht op heeft als hij een bepaalde pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, verzekert en waar alle verzekerden in Nederland, jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, verplicht premie voor moeten betalen.

Latere generaties zullen dus via een omslagstelsel een gedeelte van hun toekomstige verdiensten (productie) af moeten staan aan gepensioneerden.
De premies worden beïnvloed en daarmee bepaald door de groei van de werkgelegenheid (in procenten) en de groei van de arbeidsproductiviteit (in procenten).


 

Als beiden laag uitvallen, zal de last voor de niet-pensioengerechtigden zwaarder zijn. De verhouding tussen actieven (mensen die werken, onder de AOW-leeftijdsgrens zitten en geen beroep doen op de AOW of andere werkloosheidsvoorzieningen) en niet-actieven (mensen die niet werkend zijn, de AOW-leeftijd hebben bereikt en een beroep doen op de AOW) is de laatste jaren steeds meer uit balans geraakt. Dit voornamelijk vanwege de vergrijzing en specifieker nog, de mensen van de babyboomer-generatie, die nu allemaal van de AOW uitkering gebruik maken. Tel daar nog het aantal niet-werkenden onder de 65 jaar die een beroep doen op andere collectieve voorzieningen (werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen), de economische crisis (hoge werkloosheid en lagere inkomsten voor de staatskas) en het te losse financiële overheidsbeleid dat er al die jaren is gevoerd bij op en dan valt de concluderen dat de toekomstige financiële situatie van de overheid niet al te rooskleurig is. Dit is gerelateerd aan en heeft o.a. nadelige gevolgen voor gepensioneerden. Het draagvlak voor pensioenen wordt steeds kleiner en de regering was gedwongen om maatregelen te nemen die gericht waren op het verbeteren van deze penibele situatie.

Wanneer men een pensioengerechtigde leeftijd bereikt, in 2011 was dit nog precies 65 jaar, dan heeft men recht op het basispensioen (AOW-uitkering), aangevuld met opgebouwd pensioen van de periode dat hij of zij in loondienst was bij een bedrijf of indien dit niet het geval is, anderzijds aangevuld op eigen initiatief. Van het bruto pensioen (dat wil zeggen, het bedrag zonder afgetrokken belastingen en premies) wordt de Bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) afgehouden, alsmede loonheffing en een eigen bijdrage AWBZ, mits diegene in een AWBZ-instelling verblijft (AWBZ: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). De Bijdrage Zorgverzekeringswet bedraagt 5,65% . Loonheffing bestaat uit loonbelasting en premies voor de volksverzekeringen. Iedere Nederlander die meerderjarig is betaalt loonheffing, maar ook heeft diezelfde Nederlander recht op loonheffingskorting. De heffingskorting bestaat uit de algemene heffingskorting van € 1.034. Als het inkomen van een gepensioneerde lager is dan € 35.450 per jaar, dan heeft diegene recht op een ouderenkorting van € 1.032. Als diegene alleen woont, dan krijgt diegene daarnaast een alleenstaande ouderenkorting van € 429. Voor in het buitenland wonende AOW uitkering ontvangers gelden andere regels, waarvoor de Belastingdienst beter geraadpleegd kan worden. Die uitzonderingen worden hier niet besproken.


 


1 Reactie

  1. Comments  Hans   |  donderdag, 02 oktober 2014 at 09:56

    In dec 2004 ging ik met de VUT. tot die tijd betaalde ik de AOW premie via mijn werkgever. Daarna via het ABP als uitvoerder van de VUT retgeling. in Juni 2005 verhuisde in naar Spanje en werd er geen AOW premie meer ingehouden, waarna ik vrijwillig de premie heb betaald tot ik 65 werd.
    Tot juni 2005 was mijn vrouw meeverzekerd (zij had geen eigen inkomen). Daaarna niet meer, terwijl ik gewoon doorging met premie betalen (vrijwillig). Hierdoor krijgt zij een karting op de uitkering. Klopt dat wel?

Reageer



 

 

Deel ons

Laatste reacties

Recente antwoorden