donderdag 18 september, 2014
AOW 2014

 

AOW bedragen

Het AOW-bedrag bestaat uit het aantal jaar dat u in Nederland woonde en werkte en verzekerd was voor het AOW-pensioen. Dat wil zeggen dat een Nederlands staatsburger ieder jaar, verzekerd, 2% pensioen opbouwt. Wanneer u 50 jaar lang voor de AOW-leeftijd verzekerd bent geweest, dan heeft u recht op een volledige uitkering van het AOW-bedrag.
De hoogte van het AOW-bedrag hangt dus gedeeltelijk af van het aantal jaren dat u in Nederland gewoond heeft (en belasting betaalde) en/of gewerkt heeft. Waardoor de hoogte nog meer beïnvloed wordt, is onder de tabel te lezen.


 

- U woont alleen (alleenstaand)

Bedrag per maand met heffingskorting zonder heffingskorting
Bruto * € 1.104,95 € 1.104,95
Loonheffing € 0,00 € 202,25
Bijdrage Zvw € 59,66 € 59,66
Netto € 1.045,29 € 843,04

* Het bruto bedrag is inclusief de Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen (tegemoetkoming KOB) van € 25,12. Het brutobedrag is exclusief de vakantie-uitkering. De vakantie-uitkering bedraagt bruto € 70,87 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald.

- U bent getrouwd of woont samen met uw partner

U en uw partner hebben beiden AOW

Bedrag per maand met heffingskorting zonder heffingskorting
Bruto * € 762,88 € 762,88
Loonheffing € 0,00 € 139,50
Bijdrage Zvw € 41,19 € 41,19
Netto € 721,69 € 582,19

* Het bruto bedrag is inclusief de Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen (tegemoetkoming KOB) van € 25,12. Het brutobedrag is exclusief de vakantie-uitkering. De vakantie-uitkering bedraagt bruto € 50,61 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald.

Uw partner heeft nog geen AOW, u krijgt geen toeslag

Bedrag per maand met heffingskorting zonder heffingskorting
Bruto * € 762,88 € 762,88
Loonheffing € 0,00 € 139,50
Bijdrage Zvw € 41,19 € 41,19
Netto € 721,69 € 582,19

* Het bruto bedrag is inclusief de Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen (tegemoetkoming KOB) van € 25,12. Het brutobedrag is exclusief de vakantie-uitkering. De vakantie-uitkering bedraagt bruto € 50,61 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald.

Uw partner heeft nog geen AOW, u krijgt volledige toeslag

Bedrag per maand met heffingskorting zonder heffingskorting
Bruto * € 1.500,64 € 1.500,64
Loonheffing € 100,16 € 274,91
Bijdrage Zvw € 81,03 € 81,03
Netto € 1.319,45 € 1.144,70

* Het bruto bedrag is inclusief de Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen (tegemoetkoming KOB) van € 25,12. Het brutobedrag is exclusief de vakantie-uitkering. De vakantie-uitkering bedraagt bruto € 101,22 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald.

Uw partner heeft nog geen AOW, uw toeslag is met 10% verlaagd**

Bedrag per maand met heffingskorting zonder heffingskorting
Bruto * € 1.426,86 € 1.426,86
Loonheffing € 87,00 € 261,75
Bijdrage Zvw € 77,05 € 77,05
Netto € 1.262,81 € 1.088,06

 

* Het bruto bedrag is inclusief de Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen (tegemoetkoming KOB) van € 25,12. Het brutobedrag is exclusief de vakantie-uitkering. De vakantie-uitkering bedraagt bruto € 96,16 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald.

** Per 1 augustus 2011 is de toeslag met maximaal 10% verlaagd. De verlaging geldt alleen voor huishoudens met een gezamenlijk inkomen vanaf € 2.616,01 per maand.

- U woont alleen samen met uw minderjarige kind(eren) (u bent alleenstaand ouder)

Bedrag per maand met heffingskorting zonder heffingskorting
Bruto * € 1.395,13 € 1.395,13
Loonheffing € 45,41 € 255,91
Bijdrage Zvw € 75,33 € 75,33
Netto € 1.274,39 € 1.063,89

 

* Het bruto bedrag is inclusief de Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen (tegemoetkoming KOB) van € 25,12. Het brutobedrag is exclusief de vakantie-uitkering. De vakantie-uitkering bedraagt bruto € 91,11 per maand en wordt in de maand mei uitbetaald.

De aow bedragen zoals boven weergegeven zijn afkomstig van de site van de SVB


 

Inkomstenbelasting betalen over het AOW

Ook mensen die AOW ontvangen, moeten belasting betalen over hun maandelijks ontvangen AOW-bedrag. AOW wordt namelijk gezien als inkomsten. Het bedrag dat van het aan u toegekende AOW-bedrag afgetrokken wordt en aan de fiscus wordt gegeven, is afhankelijk van de hoogte van uw belastbaar inkomen. Hieronder valt dus ook uw aanvullende pensioen opgebouwd tijdens uw werkende periode of individuele pensioenregelingen. Inkomsten door rente van eigen vermogen of het verkopen van aandelen valt onder een andere box en daarover wordt apart belasting geheven. Het AOW-bedrag dat u zou krijgen zonder aftrek van alle belastingen en toepassing van eventuele heffingskortingen (hierover later meer), wordt het bruto AOW genoemd. Uw AOW na aftrek van alle hierop van toepassing zijnde belastingen en het toepassen van eventuele heffingskortingen wordt het netto AOW genoemd.
Om het netto AOW-bedrag te bepalen, moet eerst gekeken worden naar de verschillende tarieven in verschillende boxen (box 1 en box 2), die gelden voor verschillende oplopende schijven. Deze schijven lopen op van 1 tot 4 en zijn ingedeeld op basis van belastbaar inkomen, wat van laag naar hoog oploopt.

Wat valt er precies onder belastbaar inkomen?, vraagt u zich misschien af. Het belastbaar inkomen wordt onderverdeeld in drie afzonderlijke categorieën, ookwel boxen genoemd. Voor de AOW is alleen Box 1 Werk en Woning van belang. Als u eigen vermogen heeft of inkomen door aandelen (dividend/verkoop, e.d.) dan moet u naar Box 2 aanmerkelijk belang en Box 3 sparen en beleggen kijken. De hoogte van de AOW wordt slecht afgestemd op uw inkomen uit box 1 Werk en Woning.

Box 1 Werk en Woning

De belastbare winst uit onderneming
Het belastbaar loon
De belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen, zoals alimentaties en bijstandsuitkeringen
De belastbare inkomsten uit eigen woning
Het belastbare resultaat uit overige werkzaamheden Inkomsten van freelancers Betalingen voor diensten en auteursrechten Bijzondere situaties, zoals het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen

Nu u op de hoogte bent van wat men bedoelt met ‘belastbaar inkomen’, kunt u een aantal stappen ondernemen:

1. Kijk eerst welke box (1 of 2) op u van toepassing is;
2. Kijk vervolgens in welke schijf uw laatstverdiende belastbaar inkomen valt.

 

 

Schijf Belastbaar inkomen Percentage
1 …t/m € 19.645 19,1%
2 Vanaf   € 19.646  -  € 33.555 24,1%
3 Vanaf   € 33.556  –  € 55.991 42%
4 Vanaf € 55.992 en hoger 52%

 

Schijf Belastbaar inkomen Percentage
1 …t/m € 19.645 19,1%
2 Vanaf   € 19.646  -  € 33.363 24,1%
3 Vanaf   € 33.346  –  € 55.991 42%
4 Vanaf € 55.992 en hoger 52%

 

3. Nu u weet welk percentage op uw belastbaar inkomen van toepassing is, moet u dit percentage nog berekenen. Dat kan door uw belastbare inkomen te delen door 100 x het voor uw tariefschijf geldende percentage. Dat bedrag moet dan van het AOW-bedrag waar u recht op heeft, afgetrokken worden. Tevens moet u letten op het bedrag Bijdrage Zvw,
dat verplicht van het bruto AOW-bedrag af wordt getrokken, en ca. 6% van uw bruto AOW-pensioen betreft. Deze bijdrage staat los van de premie die u zelf aan uw zorgverzekeraar betaalt.

Los van inkomstenbelasting, kunt u mogelijkerwijs nog aanspraak hebben op één of meerdere heffingskortingen. Die maken dat u gedeeltelijk van uw lasten ontzien wordt. De algemene heffingskorting, alleenstaandeouderkorting, de inkomensafhankelijke combinatiekorting, de ouderenkorting, de alleenstaandeouderenkorting en/of de Tijdelijke heffingskortingen voor vroeggepensioneerden. Mogelijkerwijs zullen er nog meerdere heffingskortingen op u van toepassing zijn, of minder. Dat is afhankelijk van uw persoonlijke situatie; alle heffingskortingen zijn aan voorwaarden verbonden. Daarom worden alleen de ouderenkorting, alleenstaandeouderenkorting en de tijdelijke heffingskorting voor vroeggepensioneerden behandeld. Eén of meer van deze kortingen zullen welzeker op u, als 65+-er, van toepassing zijn.

De ouderenkorting

Het hiervoor geldende criteria is dat u in 2013 de AOW-leeftijd moet bereiken of al bereikt moet hebben. Daarbij moet u een fiscale partner hebben en dus niet alleenstaand zijn. Als laatste moet in het oog gehouden worden dat het verzamelinkomen (p.p.) in 2013 niet hoger mag zijn dan € 35.450, om voor deze korting in aanmerking te komen. Zodra dit voor u geldt, heeft u recht op een korting van € 1.032. Geldt dit niet voor u, en zitten u en fiscale partner boven deze grens, dan ontvangen u en uw fiscale partner een korting van € 150.

De alleenstaandeouderenkorting

Bent u als 65+-er wel alleenstaand? Dan geldt, zoals u ongetwijfeld gelezen heeft, bovenstaande korting niet voor u. Wél is deze korting geldend. Gelijkerwijs moet u bij deze korting in 2013 een AOW-uitkering voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder ontvangen, of daarvoor in aanmerking komen. Als u  in het buitenland heeft gewoond of erkend gemoedsbezwaarde bent en deswege geen of volledige uitkering voor een alleenstaande of alleenstaande ouder ontvangt, dan heeft u ook recht op deze korting. Deze korting betreft standaard €429, ongeacht inkomen.

Tijdelijke heffingskortingen voor vroeggepensioneerden

Als u op 31 december 2013 jonger bent dan de wettelijk vastgestelde AOW-leeftijd, dan wordt u als een vroeggepensioneerde gekenmerkt. Daarnaast dient u een uitkering uit een pensioenregeling of een regeling voor vervroegd uittreden te ontvangen. De tijdelijke heffingskorting voor vroeggepensioneerden wordt berekend en is gelijk aan 1% van de uitkering uit een pensioenregeling of regeling voor vervroegd uittreden, en er is hieraan een maximum gebonden van € 182.

4. U dient de heffingskortingen waarvoor u in aanmerking komt te berekenen, en van de over uw inkomen te betalen belasting af te trekken. Nu weet u wat u daadwerkelijk kwijt bent aan belastingen over uw inkomen. Voor een vollediger beeld is het slim om een berekening te maken van alle door u te betalen belastingen en eventuele vrijstellingen.
Hier wordt slechts ingegaan op die belastingen en vrijstellingen die de AOW treffen.

5. Verder is het noodzakelijk om uw burgerlijke staat en woonsituatie te overzien. Zie onderstaande.

Burgerlijke staat en woonsituatie

Als u met iemand samenwoont, kan dit gevolgen hebben voor uw AOW-uitkering. In veel gevallen wordt er een AOW-uitkering voor gehuwden of samenwonenden uitgekeerd. Als u met iemand samenwoont, wordt die persoon gezien als uw partner. Het doet verder niet terzake wat de aard van die relatie precies is. Dit kan een vriend of vriendin zijn, of uw broer of zus. Alleen als u met uw kind samenwoont, wordt u als alleenstaand gezien voor de AOW (denk aan de hierboven genoemde alleenstaandeouderenkorting). U wordt door de SVB (Sociale Verzekeringsbank) aangemerkt als samenwonend, indien u met iemand een gezamenlijke huishouding deelt. En als samenwonend gekenmerkt worden, betekent dat dezelfde regels gelden die ook voor gehuwde mensen of mensen met een geregistreerd partnerschap gelden.

In het algemeen gelden voor samenwonenden inzake het AOW de volgende regels:
- Voor een alleenstaande geldt dat het AOW 70% van het minimumloon betreft.
- Voor mensen die gehuwd of geregistreerd partner zijn, geldt dat het AOW 50% van het minimumloon betreft (50% + 50% = samen 100%).
- Voor mensen die een kind onder de 18 jaar verzorgen, geldt dat het AOW 90% van het minimumloon betreft.

De vraag is, welke voorwaarden precies gelden, wil er sprake zijn van een ‘gezamenlijke huishouding’? De SVB stelt dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding met een ander als:
1) u en de ander de meeste tijd samen doorbrengen op één adres, en;
2) u samen de kosten van het huishouden betaalt, of;
3) u voor elkaar zorgt.

Dit kan al snel enige verwarring of misinterpretaties opleveren, aangezien criteria één niet betekent dat je samen ingeschreven moet staan op één adres. Ook als beide personen apart ingeschreven staan bij de gemeente en ieder een aparte woning bewoont, dan kunnen u en uw partner gezien worden door de SVB als ‘samenwonend’. Hoofdzakelijk gaat het erom of jullie merendeel van de tijd op hetzelfde adres te vinden zijn. Dus lekker blijven slapen bij elkaar, samen eten, etc. betekent samen leven op één adres en dus bent u impliciet samenwonend, en expliciet samenwonend voor de SVB.

Verder kunnen de gedeelde kosten huur, hypotheek, boodschappen, benzine, gas, stroom, water, e.d. zijn. Ook het gebruikmaken van elkaars spullen en diensten, zoals elkaar helpen met de huishoudelijke taken en klusjes, koken, verzorging bij ziekte, etc. maakt dat u en uw vriend(in) geclassificeerd worden als ‘samenwonend’ en dus gehuwd of geregistreerd partnerschap. Dat betekent dat er wijzigingen toegepast zullen worden betreffende uw AOW en dat van uw partner. U dient zelf deze verandering of intensivering in uw relatie aan te geven, want de SVB kan zomaar bij u op de stoep staan. Controle komt voor.

Als u eenmaal AOW ontvangt, en u bent samenwonend of getrouwd met een persoon jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd, en die persoon verdient weinig of niets, dan kan het zijn dat u recht heeft op partnertoeslag. De partnertoeslag houdt binnenkort op met bestaan, de partnertoeslag vervalt namelijk in 2015. Mensen die op of na 1 januari 1950 geboren zijn, ontvangen nu geen partnertoeslag meer.
Voor mensen die vóór 1 januari 1950 geboren zijn, en een gezamenlijk inkomen van minder dan € 46.000 (AOW niet meegerekend) hebben, verandert er niets. Zij blijven de partnertoeslag ontvangen tot op het moment dat de jongere partner een AOW-pensioen zal krijgen. Hieruit volgt logischerwijs dat indien het inkomen hoger dan is dan € 46.000, de partnertoeslag na 1 januari 2015 wel wijzigt.
Toch betekent dit niet dat iedereen die voor 1 januari 1950 geboren is, het recht op partnertoeslag zal blijven houden. Het kabinet wil namelijk de partnertoeslag AOW voor mensen met een hoger inkomen in drie jaar afbouwen. Als het inkomen van u en uw partner (exclusief AOW) meer dan € 46.000 bedraagt, dan ontvangt u vanaf 1 januari 2015 ieder jaar steeds 25%  minder partnertoeslag. In 2018 zal de partnertoeslag dan helemaal stopgezet worden. Dit is op papier gezet in een wetsvoorstel, dat op 2 juli 2013 is ingediend bij de Tweede Kamer. De Tweede- en Eerste Kamer moeten het voorstel nog behandelen en goedkeuren. De wijzigingen gelden pas nadat de wet is gepubliceerd in het Staatsblad. Dit zal dan ook duidelijk op de website van de rijksoverheid aangegeven worden.
Van oudsher wordt de partnertoeslag dus gebaseerd op uw inkomen, het gezamenlijk inkomen van uw partner en uzelf en het aantal jaren dat u partner zelf AOW heeft opgebouwd. Nogmaals, de partnertoeslag geldt alleen voor partners die nog géén AOW-uitkering ontvangen en het toekomstig voortbestaan van deze toeslag is zeer onzeker. En als laatste moet gezegd worden dat niet alle inkomsten van uw partner meetellen voor de berekening van de hoogte van de partnertoeslag. Inkomsten uit vermogen, zoals rente, worden niet van de toeslag afgetrokken. Als uw partner een salaris of winst uit een eigen bedrijf ontvangt, dan worden deze inkomsten voor een deel van de toeslag afgetrokken. Als uw partner meer dan ong. € 1.300 (bruto) per maand aan inkomsten ontvangt, dan krijgt u geen toeslag.

Met uw pensioen naar het buitenland

In de meeste gevallen kunt u uw pensioen meenemen naar het buitenland. Maar er zijn evenzo een tal van uitzonderingen. Of u dan een volledige AOW-uitkering krijgt uitbetaald, hangt af van het land waarnaar u emigreert. Als u emigreert naar een land binnen de Europese Unie (EU), dus dat lid is van, dan hoeft dit doorgaans geen problemen op te leveren. Ook als een land lid is van de Europese Economische Ruimte (EER) of onderdeel uit maakt van het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba), geldt hetzelfde.
Als u naar een land buiten de Europese Unie (EU) vertrekt, dan hangt het meenemen van uw AOW-uitkering af van de internationale betrekkingen, namelijk of Nederland een verdrag met dat land gesloten heeft. Dat houdt in: een land waarmee Nederland een handhavingsverdrag of handhavingsprotocol over sociale zekerheid heeft gesloten. Als u niet zeker bent of u uw pensioen mee mag nemen naar het emigratieland van keuze, dan kunt u dit gemakkelijk controleren op de website van de Sociale Verzekeringsbank (http://svb.nl/int/nl/aow/wonen_buiten_nederland/beu/index.jsp).

Pensioen opgebouwd in het buitenland

Zodra het AOW-pensioen is aangevraagd, wordt het basispensioen in het buitenland door de SVB aangevraagd. Ook hierbij geldt weer, dat dit alleen gedaan kan worden, wanneer het land of de landen waarin u pensioen heeft opgebouwd EU- of EER-landen  zijn, of het een land betreft waarmee Nederland afspraken heeft gemaakt over sociale zekerheid. Op de website van de SVB kunt u controleren of de desbetreffende landen hiertoe behoren. Bij onzekerheid kunt altijd nog telefonisch contact opnemen met de SVB, of de instantie in het buitenland zelf contacteren.



7 Reacties

  1. Comments  snijder   |  dinsdag, 29 oktober 2013 at 08:01

    mijn vrouw is van 25 03 1950 over 2 jaar is ze 65 dan krijgt ze 3 maanden geen toeslag meer hoe moet ik dan rond komen van 750 euro per maand

  2. Comments  Piet   |  woensdag, 27 november 2013 at 00:14

    @snijder jammers joh maar dat weten we al sinds 2000. misschien had je maatregelen kunnen nemen, kan nog steeds. je hebt nog even de tijd om te gaan sparen. Trouwens boffen dat het maar 3 maanden zijn.

  3. Comments  jw gerritsen   |  maandag, 09 december 2013 at 10:24

    Mijn vraag; ik heb horen vertellen ,dat alleen staande ouderen, 25 euro nettominder zulen ontvangen AOW in 2014 , ik zelf ben zo oudere met een pensioen van 180 euro per maand,

  4. Comments  pietvdh   |  dinsdag, 10 december 2013 at 23:31

    Bedoelt u de afschaffing van de MKOB ? http://www.aow2014.nl/nieuws/aow-verlaging-met-25-euro-door-afschaffing-mkob/

  5. Comments  Hans   |  zondag, 19 januari 2014 at 09:55

    Sinds 1 oktober 2013 neefje (27-4-1993) op kamer van 8 m2 bij mij in huis (117 m2) Hij betaalt € 150,- per maand incl. gas, electra
    water, TV en wifi aansluiting. Hij heeft medegebruik van hal, keuken, badkamer, WC.. Ik bereken géén toeslagen. Hij heeft zich op
    mijn adres ingeschreven bij de Gemeentelijke Basis Administratie. Zijn vriendin logeert 3 x per week bij hem. 1 x per week
    logeert een vriend bij hem. Ook hiervoor bereken ik géén toeslagen. Hij studeert (2de jaars) organisatie en bestuurskunde aan de VU. Hij ontbijt meestal nadat ik gelunched heb. Hij lunchend omstreeks de tijd dat ik dineer en hij dineert ergens tussen de late
    avond en zonsopgang. We doen ieder onze eigen boodschappen en onze eigen kokerij. We gaan niet samen in bad of onder de
    douche. Van verschillende utiliteitsbedrijven en de gemeente krijg ik toeslagen wegens bewoning door meer dan 1 persoon.
    Door het andere leefpatroon van studenten stook ik 24 uur per dag op 21 graden.

    Mijn vraag : Wordt mijn AOW gekort van 70 % naar 50 % ? (Verschil ca. € 300,– per maand)

  6. Comments  admin   |  zondag, 19 januari 2014 at 17:00

    U kunt deze vraag het beste even stellen aan de SVB, die kunnen uw persoonlijke situatie het beste beoordelen. Uw vraag kunt u stellen via het contactformulier: https://www.svb.nl/int/nl/algemeen/contact/contact_algemeen/contactformulier.jsp

  7. Comments  Joop van Toor   |  dinsdag, 16 september 2014 at 13:04

    LS.
    ik heb heb aow met heffings korting
    mijn vraag is bijvoorbeeld het eerste half jaar met heffings korting en de tweede helft van het jaar zonder heffingskorting
    is dat mogelijk.
    En in 2015 weer het zelfde.
    vriendelijk groet Joop van Toor.

Reageer



 

 

Enquete

Deel ons

Laatste reacties

Recente antwoorden